
Column Jan Vantoortelboom: Het kan ook anders
AlgemeenAfgelopen week was ik drie dagen in Utrecht. Ik zag geen wolf, wel ma Flodder. Ze zag er nog afgeleefder uit dan ik me herinnerde van de film. Bovendien zat ze in een scootmobiel. Toen ik passeerde zette ze gretig een wijnfles tegen haar lippen. Een donkerrood straaltje liep langs haar mondhoeken. In haar andere hand hield ze een bekertje warme koffie.
Twee weken geleden zag ik in een zijstraat van de Overpoortstraat in Gent een clochard die een hut had gebouwd van volle vuilniszakken, dekens en karton, aan de onderkant verstevigd met kilo’s aangestampte bladeren. Hij zat in zijn slaapzak in het deurgat, een grote rode muts op zijn hoofd, als een versleten en afgedankte kerstman. Ook hij had een bekertje koffie in de hand waar de damp van af kwam. Dat kreeg hij net aangereikt van een voorbijganger. Hij was er heel dankbaar voor en nam het met beide handen aan die hij onmiddellijk warmde aan het bekertje.
In Utrecht logeerde ik in een conferentiecentrum waar er een rij yuppies voor de koffieautomaat stond. Het apparaat maakte overuren. Iedereen die er stond droeg dure schoenen, merkkledij, strakke laptoptassen, Iphones en sleutels van Audi’s, BMW’s en Mercedessen in de hand. Ik zat er al een uurtje en naast hun welgestelde voorkomen hadden ze allen nog één ding gemeen: ze zeikten niet over het weer, wat wel gerechtvaardigd zou zijn, want het was somber en grijs, maar over de koffie en het koffieapparaat: het is bocht, altijd zo geweest, niet te zuipen. Gelukkig werkt de automaat vandaag, want meestal is ie kapot, vies als wat, wordt nooit schoongemaak, nog erger dan slootwater, teringkoffie, goedkope bonen. Ik dacht aan Ma Flodder en de clochard en hun koffie.
Zo kan het ook
Toen ik naar buiten liep en aan de overkant van de straat een broodjeszaak binnenstapte, stond ik ook in een rij. Achter mij hoorde ik een jongen tegen zijn meisje fluisteren: ‘De koffie is hier niet lekker, doe voor mij maar een kopje thee.’ Zo kan het ook. Niet hardop zeiken. Dan maar gewoon iets anders.
Jan Vantoortelboom















