
Beperkte prijsstijging Zeeuws-Vlaamse huizenmarkt. Betaalbaarheid blijft redelijk.
Algemeen 1.596 keer gelezenREGIO - De huizenprijzen in Zeeuws-Vlaanderen zijn het afgelopen jaar gestegen, maar vergeleken met de rest van Nederland en met gemeenten met een vergelijkbare bevolkingssamenstelling blijft die stijging relatief beperkt. In Hulst ging het om een toename van 7,1 procent, in Sluis om 3,5 procent en in Terneuzen zelfs maar 2,9 procent. Landelijk stegen de huizenprijzen volgens het CBS gemiddeld met 10,9 procent.
De cijfers komen uit recente analyses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Vereniging Eigen Huis. Zij brachten ook de woonlasten in beeld en onderzochten hoeveel woningen nog betaalbaar zijn voor huishoudens met 1,5 keer een modaal inkomen.
Prijsstijgingen blijven achter
De stijging van 2,9 procent in Terneuzen is de laagste van de drie gemeenten en behoort tot de allerlaagste in Nederland. In geen van de vijftien vergelijkbare gemeenten was de stijging lager. Sluis en Hulst scoren iets hoger, maar blijven alsnog achter bij het landelijk gemiddelde. In Hulst gingen de prijzen harder omhoog dan in vijf vergelijkbare gemeenten, maar in negen stegen ze nog sterker. Sluis en Terneuzen zien in alle vergelijkbare gemeenten sterkere prijsstijgingen.
Koopwoning blijft relatief bereikbaar
Ondanks de prijsstijgingen blijft de koopwoning in Zeeuws-Vlaanderen relatief bereikbaar. In Hulst viel 54 procent van de verkochte woningen in het afgelopen jaar onder de grens van drie ton, het bedrag dat iemand met 1,5 keer modaal volgens Eigen Huis kan lenen. In Sluis ging het om 54 procent, in Terneuzen zelfs om 66 procent van de verkochte huizen.
Ook als de grens op €390.000 wordt gelegd - de officiële betaalbaarheidsgrens van de overheid - valt een groot deel van de verkopen daaronder: 76% in Hulst, 76% in Sluis en 84% in Terneuzen. Daarmee scoren dedrie3 gemeenten opvallend goed. In vrijwel alle vergelijkbare gemeenten ligt het aandeel betaalbare woningen lager.
Woonlasten relatief laag voor kopers
De woonlasten in Zeeuws-Vlaanderen zijn voor kopers gemiddeld redelijk laag. In Hulst en Terneuzen is een doorsnee huiseigenaar 17 procent van het netto-inkomen kwijt aan woonlasten. In Sluis ligt dat iets hoger, op 18 procent. Deze lasten omvatten niet alleen hypotheeklasten, maar ook kosten voor verzekeringen, nutsvoorzieningen en gemeentebelastingen. Vergeleken met andere gemeenten zijn de kopers hier vaak goedkoper uit: alleen in een handvol gemeenten zijn de lasten lager.
Bij huurders ligt het beeld anders. In Sluis zijn zij gemiddeld 27 procent van hun inkomen kwijt aan wonen, in Hulst 28 procent en in Terneuzen 26 procent. In de meeste vergelijkbare gemeenten is dit percentage lager. Vooral voor alleenwonende ouderen of jongeren kunnen de woonlasten flink drukken op het inkomen. In Sluis is een alleenwonende jongere gemiddeld 31 procent van zijn inkomen kwijt aan huur. In Terneuzen is dat 30 procent en in Hulst zelfs ruim 30 procent voor 65-plussers.
Zorgpunt: alleenwonenden zwaar belast
Opvallend is dat juist alleenwonenden het zwaarst belast worden door de woonlasten, zowel bij koop als huur. Alleenwonende 35- tot 65-jarigen met een koopwoning zijn in Hulst en Terneuzen bijna 23% van hun inkomen kwijt. In Sluis ligt dat iets hoger, op 24%. Bij huurders zijn het de alleenwonende jongeren of ouderen die het zwaarst getroffen worden, met woonquotes tot boven de 30%. Vooral huurders in een kwetsbare positie voelen de druk van stijgende woonlasten.















