Dakloze vrijgesproken voor vuurtje stoken in Terneuzen

 
TERNEUZEN - Het gerechtshof in Den Bosch heeft op vrijdag 14 februari 2025 besloten dat de dakloze man die in november 2023 een vuurtje stookte in winkelgebied de Steenen Beer in Terneuzen niet terug hoeft naar de gevangenis. Deze uitspraak markeert het einde van een juridisch proces dat ruim een jaar heeft geduurd.

De zaak trok destijds veel aandacht vanwege de omstandigheden waarin de man zich bevond. Op 8 november 2023, tijdens een bijzonder koude avond, besloot de dakloze een klein vuur te maken om zich op te warmen. Dit gebeurde in het hart van het winkelgebied, wat leidde tot bezorgdheid bij omwonenden en winkeliers.

Aanvankelijk werd de man gearresteerd en veroordeeld voor het veroorzaken van brandgevaar in een openbare ruimte. De rechtbank in eerste aanleg legde hem een gevangenisstraf op, wat tot veel discussie leidde in de samenleving. Critici wezen op de schrijnende situatie van daklozen en de beperkte opvangmogelijkheden in de regio Zeeuws-Vlaanderen.

Het hoger beroep, dat uiteindelijk leidde tot de vrijspraak, richtte zich op de vraag of de man daadwerkelijk strafbaar had gehandeld gezien zijn omstandigheden. De verdediging beargumenteerde dat er sprake was van overmacht, aangezien de man geen andere mogelijkheid zag om zich te beschermen tegen de kou.

Het gerechtshof oordeelde dat, hoewel het maken van een vuur in een winkelgebied niet zonder risico's is, de omstandigheden zodanig waren dat de man niet strafbaar gehandeld heeft. In de uitspraak werd benadrukt dat de samenleving een zorgplicht heeft voor haar meest kwetsbare leden, en dat het vervolgen van mensen in acute nood niet de juiste aanpak is.

Deze zaak heeft de aandacht gevestigd op de problematiek rond dakloosheid in Zeeland. Maatschappelijke organisaties roepen op tot een meer humane benadering van daklozen en pleiten voor structurele oplossingen.

De vrijspraak van de man wordt door velen gezien als een overwinning voor menselijkheid in het rechtssysteem. Het onderstreept het belang van het meewegen van persoonlijke omstandigheden in rechtszaken en zet vraagtekens bij de effectiviteit van het criminaliseren van overlevingsgedrag van de meest kwetsbaren in onze samenleving.