
Column Jan Vantoortelboom: De Zeeuwse wind
AlgemeenSinds ik in Zeeuws-Vlaanderen woon is de wind een hoofdrolspeler in mijn leven geworden. Ik herinner me nog de eerste keer dat hij zijn persoonlijkheid kenbaar maakte. Ik was de staldeuren van het schuurtje vergeten dicht te doen, en ze klapperden, sloegen haast kapot tegen de sponningen en de bakstenen. Ik wilde ze sluiten, maar kwam amper vooruit, werd zelf weggeblazen. Op dat moment besefte ik dat ik nog niet vaak zo’n wind had meegmaakt, al zeker niet in de streek waar ik ben opgegroeid. Deze wind komt niet aan op kousenvoeten, maar op klompen; hij blaast je broek op tot een luchtballon. De wind is hier eindbaas. Ook vorige nacht gierde hij langs het huis. Ik werd er wakker van.
Als ik dan bij zo’n wind eens naar de dijk bij Zeedorp ging en ik er schuin tegen de wind in stond en de schuimkoppen op het water gadesloeg, de vluchtende wolken erboven, dan was dat niets minder dan poëzie. Zeeland: het land van water en wind.
Maar er is ook een andere Zeeuwse wind die ze in de toeristische brochures over het hoofd zien. Een wind die niet de flappen van je regenjas maar je oren doet klapperen. Eentje die gemaakt wordt door de zilte lucht, misschien, of een slechte mossel, of een te lang gegist lokaal biertje. Die wind overviel me twee keer op dezelfde dag, een keer als een stille killer, en een keer als trompetterende dissonant.
Afgelopen vrijdagochtend stond ik te wachten aan de kassa van een supermarkt. En opeens was me daar met de snelheid van een mistbank die een kettingbotsing veroorzaakt, de lucht. Niemand vertrok een spier, de dader was onbekend.
Die avond was ik bij de opening van het filmfestival. Het was druk, dus ik besloot even naar het Ciné café te lopen. Op het moment dat ik door de gang gepasseerd word door een oudere man, laat hij de gisting die al enige tijd zijn darmen moet hebben geteisterd zonder schroom los. De broek van zijn smoking leek wel een klankkast.
Niets verbaast me nog op deze wereld, dus ik liep gewoon verder. In Zeeland schaamt men zich niet voor de wind, men viert er de wind.
Jan Vantoortelboom