
Meer zonnestroom zelf gebruiken wordt vanaf 2027 de slimme keuze
Algemeen 87 keer gelezenVoor huishoudens met zonnepanelen verandert vanaf 1 januari 2027 veel. De salderingsregeling verdwijnt, waardoor teruggeleverde elektriciteit niet langer kan worden weggestreept tegen stroom die op een ander moment van het net wordt afgenomen. Daardoor wordt het financieel aantrekkelijker om zonnestroom direct in huis te gebruiken.
Momenteel gebruikt een gemiddeld huishouden ongeveer een derde van de zelf opgewekte elektriciteit. Wie dat aandeel verhoogt, hoeft minder stroom bij een leverancier te kopen. Een eenvoudige eerste stap is daarom apparaten zoals wasmachine, vaatwasser en droger vooral overdag te laten draaien. Timers en apps kunnen daarbij helpen. Het effect is niet enorm, maar deze aanpak vraagt meestal geen investering.
Ook een elektrische auto kan een belangrijke rol spelen. Wie thuis een laadpaal heeft en de auto overdag kan aansluiten, kan een aanzienlijk deel van de overtollige zonnestroom in de accu opslaan. Slimme laadpalen kunnen het laadvermogen soms automatisch aanpassen aan de beschikbare zonneproductie. Sommige auto’s ondersteunen bovendien bidirectioneel laden, waarbij opgeslagen energie later weer aan de woning kan worden geleverd.
Warm water biedt eveneens mogelijkheden. Een warmtepomp kan, afhankelijk van het systeem, overdag met zonnestroom een boilervat verwarmen. Een zonnestroomboiler doet iets vergelijkbaars door overtollige elektriciteit om te zetten in warm water voor later gebruik. Zo’n installatie kost doorgaans enkele duizenden euro’s. Voor woningen met een volledig elektrische warmtepomp is een aparte zonnestroomboiler minder logisch.
Een thuisbatterij kan zonnestroom bewaren voor de avond en nacht. Onderzoek laat zien dat daarmee het eigen verbruik flink kan stijgen. Een batterij van 5 kWh kost inclusief installatie ongeveer 3.000 tot 4.500 euro. De investering wordt echter niet altijd terugverdiend. Voor een gemiddeld huishouden dat vooral eigen zonnestroom wil opslaan, kan een kleinere batterij voldoende zijn.
Ook de ligging van nieuwe zonnepanelen verdient aandacht. Panelen op het oosten of westen produceren relatief meer elektriciteit in de ochtend of avond, wanneer huishoudens doorgaans meer stroom gebruiken. Ze leveren in totaal mogelijk minder op dan panelen op het zuiden, waardoor de financieel beste keuze per woning verschilt.
Na het verdwijnen van salderen ontvangen zonnepaneelbezitters een vergoeding voor teruggeleverde stroom. Tot en met 2029 moet die minimaal de helft bedragen van het kale leveringstarief. Vanaf 2030 mogen leveranciers de hoogte zelf bepalen, zolang de vergoeding redelijk blijft. Tegelijk kunnen bepaalde terugleverkosten blijven bestaan, bijvoorbeeld voor inkoop en het in balans houden van vraag en aanbod.
De energierekening zal daardoor voor veel zonnepaneelbezitters stijgen. Hoe groot het verschil wordt, hangt vooral af van verbruik, opwekking, contract en hoeveelheid teruggeleverde stroom. Zonnepanelen van het dak halen is echter niet verstandig: iedere zelf gebruikte kilowattuur voorkomt immers dat dezelfde stroom moet worden ingekocht.
Een dynamisch energiecontract kan interessant zijn voor huishoudens die hun verbruik actief willen sturen. Prijzen veranderen daarbij per uur of kwartier. Op zonnige momenten kunnen tarieven laag of zelfs negatief zijn. Dat vraagt aandacht en flexibiliteit, maar biedt ook kansen om een auto of batterij op gunstige momenten te laden.















