Het monumentje in Eede.
Het monumentje in Eede. Patrick de Boevere

Grote jongens huilen niet, hè mama?

Algemeen 119 keer gelezen

Een kille septembermorgen op 100 meter van een Belgisch Nederlandse grenspaal. Een doodlopende weg, eindigend in een half-verhard wandelpad. 2 km naar het oosten nog een oude Baileybrug. Leegte tussen nieuw en oud. Het land ligt laag, boomgeruis; een specht hamert ver weg.

door Patrick de Boevere

Een strijdtoneel ook: een Canadees bataljon breekt hier in oktober 1944 door de lastige verdedigingslinie, bestaande uit kanalen en bunkers. Vlammenwerpers en spervuur, fragiele tanks en licht bewapende infanteristen tegen beschutte bunkers. Om verder op te kunnen rukken bouwen ze snel een brug.
Soms een brug te ver.

Op 19 september van dat jaar stijgen bommenwerpers vanuit Engeland op met als lading bevoorrading van de operatie Market Garden. Bij de dropzone raken veel vliegtuigen zwaar beschadigd. De LK170 stort om 15:50 na een steile duikvlucht met een hevige explosie neer in een drassig weiland nabij het grensplaatsje Eede. Slechts één van de acht inzittenden wordt geborgen.

Op de heenreis had de bemanning genoeg tijd om na te denken over hun toekomst. Het is druk op de intercom ‘Peter, als we dit allemaal achter de rug hebben, ga je toch in de bakkerij van je vader werken?’ Ja, in ons dorp zijn we de enige bakkerij. Sinds mijn twaalfde help ik pa ‘s nachts al met de broodoven. Taarten bakken, veel werk en lastig, maar ik word steeds beter. Ik heb niks met boeken lezen of studeren.’ John de boordschutter denkt alleen maar aan Alice. Het meisje van z’n eerste zoen, het meisje waarvan haar haar altijd zo lekker rook naar lentebloesem. Stiekem had ze hem haar naakte lichaam laten zien, de avond voor hij opgeroepen werd. Zachtjes had hij haar toen liefdevol gestreeld en warm gehouden. Alice zou op hem wachten, had ze beloofd en als hij terug kwam zouden ze trouwen. En jij Jack?’
‘Ik ga voor de radio werken denk ik; ik oefen elke dag met moeilijke zinnen uit de Times die ik dan hardop met veel intonatie uitspreek.’ Ik kan wel eens iets aan jullie voorlezen? ‘‘Nee, hou op, die kennen we inmiddels. De intercom is daar niet voor.’ Je bent stil Matthew?’‘ Ik weet het nog niet echt. Ik wil meer van de wereld zien. Onze generatie gaat bouwen aan een betere toekomst, ik weet het zeker en ik wil daaraan meewerken. ‘‘Jongens, vanavond de lekkerste Guinness van de tap, ik trakteer. We gaan het gewoon redden, net als de vorige keer en de keer daarvoor.’

De bommenwerper verliest op de terugweg boven Zeeland hoogte.
We moeten het halen, net als onze jongens in Arnhem. Kom op Fred. Het is nog maar een stukje. Mijn trouwe kist, je bent lelijk, afgeraagd, maar sterk.
Ik vertrouw het niet, de kist schudt wel heel erg. De motoren houden het niet hoor. O, anders landen we wel ergens. Een glijvlucht zal ons wel redden, toch?
Voor de winter zou het voorbij zijn, dat het maar een paar maanden duren zou. Voor het vaderland en voor de eer, voor het goede dat altijd zegevieren moet. Voor de balans in de wereld, want de agressor mag niet winnen.

Hij ziet de grond onder zich steeds sneller naderen, Staart naar de met kauwgum aan het metaal bevestigde foto van z’n moeder en wacht op het lot dat hij deelt met de strijders op het slagveld. Tenslotte sluit hij de ogen. Mama, ik wil leven. Ik wil geen pijn. Laat het snel gebeuren. Mama? Grote jongens huilen niet, hè mama? Grote jongens huilen niet.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant