
PFAS-vraag in Zeeuws-Vlaanderen begint bij de bron
Algemeen 57 keer gelezenREGIO - Wie in Zeeuws-Vlaanderen een glas kraanwater inschenkt, krijgt gemiddeld 6,9 nanogram PFAS per liter binnen. Daarmee ligt de gemeten hoeveelheid boven de gezondheidskundige drinkwaterrichtwaarde van 4,4 nanogram die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu adviseert. De uitkomst vraagt om aandacht, maar betekent niet dat het drinkwater onveilig is of dat inwoners flessenwater moeten gaan kopen.
De Europese wettelijke grens ligt op 100 nanogram per liter voor de som van 20 PFAS-stoffen. Het water in Zeeuws-Vlaanderen blijft daar ruim onder en voldoet dus aan de geldende eisen. Evides en het RIVM benadrukken dat kraanwater verantwoord gedronken kan worden. De discrepantie tussen wet en advies maakt de discussie begrijpelijk: de richtwaarde is bedoeld om de blootstelling aan deze zeer hardnekkige stoffen terug te dringen.
PFAS is de verzamelnaam voor duizenden per- en polyfluoralkylstoffen. Ze werden en worden gebruikt vanwege hun water-, vet- en vuilafstotende eigenschappen, bijvoorbeeld in industriële processen en uiteenlopende producten. Juist hun uitzonderlijke bestendigheid vormt het probleem. Veel van deze stoffen breken nauwelijks af, kunnen zich verspreiden via water, bodem en lucht en blijven daardoor lange tijd aanwezig in de leefomgeving.
Rivierwater als bron
Voor Zeeuws-Vlaanderen is vooral de herkomst van het drinkwater van belang. Het gebied krijgt water dat wordt bereid uit rivierwater. Oppervlaktewater bevat doorgaans meer PFAS dan grondwater, omdat het verontreinigingen opvangt uit een veel groter stroomgebied. Stoffen kunnen via industrie, landbouw en andere bronnen in het watersysteem terechtkomen en vervolgens met internationale rivieren naar Nederland stromen. De kwaliteit van het water aan de kraan wordt dus mede bepaald door activiteiten ver buiten de regio.
Verschillen in Zeeland
Het contrast binnen Zeeland is groot. Op Walcheren en de Bevelanden worden concentraties van ongeveer 0,1 nanogram per liter genoemd. Op Tholen en Sint-Philipsland liggen waarden tussen 0,0 en 0,2 nanogram. Daar is de drinkwaterproductie oorspronkelijk gebaseerd op grondwater uit de zuiveringen bij Huijbergen en Halsteren. Ook Schouwen-Duiveland, waar rivierwater als basis dient, komt met 5,2 nanogram op het grootste deel van het eiland boven het RIVM-advies uit.
De strengere richtwaarde hangt samen met voortschrijdend onderzoek. Het RIVM wijst erop dat mensen PFAS niet alleen via drinkwater binnenkrijgen, maar ook via voedsel, consumentenproducten en hun omgeving. Bij langdurige blootstelling kunnen sommige PFAS schadelijke gevolgen hebben; effecten op het immuunsysteem spelen daarbij een belangrijke rol. Een overschrijding van de advieswaarde zegt daarom niet dat iemand na het drinken van een glas water ziek wordt. Zij wijst wel op de noodzaak de optelsom van blootstellingsbronnen te verlagen.
Aanpak bij de bron
De oplossing ligt volgens Greenpeace, Evides en de drinkwatersector niet bij individuele consumenten. Extra zuivering is technisch ingewikkeld en kostbaar zodra PFAS al in de waterketen zit. Effectiever is voorkomen dat de stoffen in grond- en oppervlaktewater belanden. Dat vraagt om strengere lozingsregels, beter toezicht en een zo breed mogelijk Europees verbod op productie en gebruik waar veilige alternatieven beschikbaar zijn.
Voor inwoners blijft de boodschap dubbel, maar helder: drink kraanwater gerust, terwijl overheid en vervuilende sectoren de verantwoordelijkheid krijgen om de bron schoner te maken. Juist in Zeeuws-Vlaanderen laat de meting zien dat de PFAS-opgave niet ophoudt bij de provinciegrens, maar begint bij vervuiling ver stroomopwaarts.















