
PFAS in bloed Zeeuws-Vlamingen: zeven stoffen springen eruit
Algemeen 93 keer gelezenREGIO - Wie in Zeeuws-Vlaanderen woont, heeft niet automatisch een gezondheidsprobleem. Maar nieuwe bloedmetingen geven wel reden tot ongerustheid. Het RIVM vond bij deelnemers uit de streek verhoogde concentraties van zeven verschillende PFAS ten opzichte van de rest van Nederland. Vooral bij twee stoffen zijn de verschillen groot. Wat die uitslagen voor de gezondheid van afzonderlijke inwoners betekenen, is nog onbekend.
Voor het landelijke onderzoek analyseerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu bloed van 967 volwassenen. Daarbij keek het instituut nadrukkelijk naar gebieden rond de Westerschelde en Chemours bij Dordrecht. In Zeeuws-Vlaanderen werden in 2025 voor het eerst op deze manier bloedmonsters verzameld. Volgens Omroep Zeeland deden daar 117 bloeddonoren aan mee, afkomstig uit de gemeenten Sluis, Terneuzen en Hulst.
Zeven stoffen vallen op
De Zeeuws-Vlaamse uitkomsten vallen op door hun breedte: niet één, maar zeven onderzochte stoffen komen er in hogere concentraties voor. Het gaat om PFOA, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFHpS, PFHxS en PFOS. Voor PFOS en PFHpS rapporteert het RIVM de grootste verschillen, met waarden die bij sommige deelnemers tot zeven keer zo hoog zijn als elders in Nederland. Zo’n uitschieter zegt niet dat iedere inwoner zeven keer zoveel PFAS in zijn bloed heeft.
Hogere waarden aan overkant
Aan de noordkant van de Westerschelde ziet het beeld er anders uit. Daar liggen drie stoffen, PFNA, PFDA en PFOS, hoger dan in de rest van het land, tot maximaal het dubbele. De metingen daar vallen wel lager uit dan bij eerder onderzoek met bloed uit 2016 en 2017. Voor Zeeuws-Vlaanderen is zo’n vergelijking over dezelfde periode niet mogelijk: daar vonden de eerste bloedmetingen pas in 2025 plaats.
Herkomst blijft onzeker
PFAS is een verzamelnaam voor door mensen gemaakte stoffen die onder meer water en vet afstoten. Sommige blijven lang aanwezig in het milieu en het lichaam. Blootstelling kan via bijvoorbeeld voedsel en drinkwater verlopen. Het bloedonderzoek zelf wijst echter geen specifieke bron aan. Dat is van belang in een gebied waar de vervuiling van de Westerschelde al langer zorgen oproept: een verhoogde bloedwaarde is geen bewijs dat één bedrijf, één voedingsmiddel of het kraanwater daarvan de oorzaak is.
Ook landelijk boven grenswaarde
Ook landelijk zijn de resultaten niet geruststellend. Bijna alle 967 onderzochte volwassenen hadden minstens vier soorten PFAS in hun bloed. Bij 71 procent lag de gezamenlijke hoeveelheid van tien stoffen boven de gezondheidskundige grenswaarde die het RIVM gebruikt. Omroep Zeeland meldt dat voor Zeeuws-Vlaanderen bij een van de toegepaste berekeningsmethoden 92 procent boven een grenswaarde uitkomt. Die percentages moeten niet zonder meer als rechtstreeks vergelijkbare cijfers worden gelezen: de uitkomst hangt af van welke stoffen worden opgeteld en hoe dat gebeurt.
Geen persoonlijke diagnose
Een overschrijding betekent niet dat iemand ziek is of later ziek zal worden. Wel kan het RIVM bij verhoogde waarden gezondheidsrisico’s niet uitsluiten. Van PFAS is bekend dat ze effecten in het lichaam kunnen hebben; het immuunsysteem kan bijvoorbeeld minder goed gaan werken. De gevolgen hangen onder meer af van de dosis, de duur van de blootstelling en iemands gezondheidssituatie. GGD Zeeland raadt individuele bloedtesten daarom niet aan als middel om toekomstige ziekte te voorspellen.
Landelijke daling zegt niet alles
De bevindingen maken duidelijk waarom alleen een landelijke daling onvoldoende vertelt over de situatie langs de Westerschelde. Een gunstige gemiddelde ontwikkeling kan samengaan met een regionaal verhoogde blootstelling.
Onderzoek moet meer duidelijk maken
Er is ook een voorzichtig gunstig signaal: landelijk bevat bloed nu minder PFAS dan bij de vorige meetronde. Maar de afwijkende waarden in Zeeuws-Vlaanderen blijven staan. Het RIVM onderzoekt in een tweejarig project of gezondheidsproblemen die met PFAS samen kunnen hangen rond de Westerschelde vaker voorkomen. Tot die tijd leveren de metingen vooral een ongemakkelijke zekerheid op: de blootstelling is aantoonbaar, terwijl de gevolgen voor bewoners nog niet vaststaan.















