
Knotwerkgroep van ‘t Duumpje is niet bang van een beetje kou
Algemeen 784 keer gelezenBRESKENS – Zou je er misschien goed aan doen om van tevoren een warming-up te doen als vrijwilliger? “Nee, dat is wat overdreven”, zegt Gerard van Daele van de knotwerkgroep van natuurbeschermingsvereniging ’t Duumpje. “Mijn advies aan de vrijwilligers is, begin rustig.” Zeker voor nieuwe vrijwilligers kan zo’n wijze raad geen kwaad. Gerard van Daele herinnert zich: “Een man kwam voor de eerste keer meeknotten. Hij had er duidelijk zin in. Ik zei nog, vlieg er niet te hard in want je krijgt gegarandeerd spierpijn. We hebben ‘m daarna nooit meer gezien…”
In de winterperiode, van november tot en met maart, knotten vrijwilligers van de West-Zeeuws-Vlaamse natuurvereniging om de twee weken, telkens op zaterdag, wilgen en populieren. Komt iedereen, zijn ze met z’n twintigen. Gerard van Daele heeft de leiding in het veld, het werk moet immers verdeeld worden. Een klein aantal vrijwilligers gaat de boom in om de takken af te zagen. Men gebruikt daarvoor bij voorkeur een handzaag, maar ook elektrisch gereedschap behoort inmiddels tot de uitrusting van de knotvrijwilligers. Veiligheid voor alles: tegenwoordig draagt iedereen een helm. Ze zijn beschikbaar gesteld door Stichting Landschapsbeheer Zeeland, die ook het gereedschap levert voor de knotploeg. De knotvrijwilligers op de grond ontdoen de dikke(re) takken van de zijtakken. De stammen kunnen de kachel in.
Gulden regel
Gerard van Daele: “De dunnere takken laten we niet liggen. We maken er houtrillen van.” Het dode hout trekt insecten en micro-organismen aan, vlinders leggen er eitjes in. Er nestelen ook vogels. De houtril fungeert tevens als schuilplaats voor bijvoorbeeld egels en muizen.
Er is een gulden regel: is een boom eenmaal geknot, moet je daarmee doorgaan. Gerard van Daele: “De frequentie hangt van de soort af. Wij knotten de wilgen en populieren om de vier jaar. Wacht je te lang, bestaat het gevaar dat de boom bij een flinke storm inscheurt.”
Onmisbaar in het landschap
Knotbomen zijn onmisbaar in het landschap van Zeeuws-Vlaanderen. Daarom spannen ook andere organisaties zoals waterschap Scheldestromen, Landschapsbeheer Zeeland en Het Zeeuwse Landschap zich in voor het behoud ervan. En net als ‘t Duumpje, heeft ook de natuurvereniging in Oost-Zeeuws-Vlaanderen, De Steltkluut, een knotwerkgroep die ‘s winters de handen uit de mouwen steekt.
De geknotte wilgen en populieren zijn niet alleen belangrijk voor de aankleding van het landschap, ze bieden ook nestgelegenheid aan verschillende vogelsoorten, en dan met name aan de (steen)uil. Tellingen wijzen uit dat het aantal steenuilen achteruit gaat. Dit heeft verschillende oorzaken, en daarom is het volgens Gerard van Daele van groot belang dat er jaarlijks geknot wordt.
De leden van de West-Zeeuws-Vlaamse knotwerkgroep zijn trouw. Sommigen knotten al tientallen jaren mee in de wintermaanden. “Door een beetje kou laten we ons niet afschrikken”, lacht de opperknotter van ‘t Duumpje, die een paar jaar geleden in de bloemetjes werd gezet door Stichting Landschapsbeheer Zeeland. Hij ontving de Gouden Jirizaag. Als het een hele dag flink gaat regenen, ontvangen de vrijwilligers een appje dat er niet wordt geknot. Met name overvloedige regenval kan het knotwerk aanzienlijk bemoeilijken, zoals vorig seizoen, weet Gerard van Daele.
“Particulieren in het buitengebied die een flink aantal knotbomen hebben, minimaal 10, en bij het onderhoud hulp behoeven (we vragen een kleine vergoeding), mogen contact met ons opnemen.” Het mailadres is knottten@duumpje.nl. De contactgegevens van De Steltkluut vind je op www.steltkluut.nl. (PV)















