
Waardevolle WesterscheldeDijken: de sneeuwgors
Algemeen 382 keer gelezenMARGARETHAPOLDER - Natuurvereniging De Steltkluut besteedt extra aandacht aan de natuur van de Westerschelde. In deze tweewekelijkse rubriek staat dit keer de sneeuwgors centraal.
Geen zangvogel broedt zo noordelijk als de sneeuwgors, tot vlak onder de Noordpool. Rond deze tijd zijn ze zuidwaarts getrokken om aan de kusten van Oost- en Noordzee te overwinteren. Het zijn zaadeters die je kunt zien lopen of rennen over de grond in open gebieden zoals stranden, zeereep, kwelders, braakliggend terrein en ook dijken. Ze zoeken naar zaden tussen lage vegetatie en in de aanspoelsels op de zeedijk. Met hun kleine, kegelvormige snavels pikken ze zaad op van allerlei zoutminnende planten, zoals zeekraal, schorrenkruid, zoutmelde en schorrenzoutgras. Soms zie je ze in afgestorven bloeiaren van zuring klimmen.
Overwinterende sneeuwgorzen
Ze zijn erg stil en door hun schutkleur kijk je er makkelijk overheen. Als ze opvliegen, valt direct het vele wit in de vleugels op en weet je gelijk dat het sneeuwgorzen zijn. De meeste sneeuwgorzen die je hier ziet, zijn vrouwtjes. De meeste mannetjes overwinteren langs de Oostzeekust, dicht genoeg bij hun broedgebieden om de beste nestplekken als eerste te kunnen bereiken.















