
Tweede Kamer wil, net als zonnepaneel, ook btw-vrijstelling voor thuisbatterij
Algemeen 140 keer gelezenThuisbatterijen zouden, net als zonnepanelen, voortaan zonder btw verkocht kunnen worden. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer nam op 3 juni een motie aan die het kabinet opdraagt te onderzoeken of een btw-nultarief voor deze opslagsystemen wenselijk en haalbaar is. Het voorstel kwam van Pieter Grinwis (ChristenUnie), samen met Felix Klos (D66) en Hidde Heutink (Groep Markuszower).
Voor zonnepanelen bestaat het nultarief al langer. Sinds 1 januari 2023 betalen huiseigenaren geen btw meer over panelen die op of naast hun woning worden geplaatst, en ook toebehoren zoals omvormers vallen daaronder. Wie echter een batterij aanschaft om zonnestroom later te gebruiken, betaalt gewoon 21%. Alleen huishoudens die met een dynamisch energiecontract en een energiemanagementsysteem daadwerkelijk in stroom handelen, kunnen die btw via de Belastingdienst terugvorderen; puur privégebruik komt niet in aanmerking.
Die ongelijke behandeling wordt volgens deskundigen steeds moeilijker te verdedigen, nu de salderingsregeling per 1 januari 2027 verdwijnt. Kleinverbruikers kunnen dan hun teruggeleverde stroom niet langer wegstrepen tegen wat ze zelf verbruiken; teruglevering en afname worden apart afgerekend. Daardoor wordt het voor huishoudens met zonnepanelen aantrekkelijker om zelf opgewekte stroom direct te gebruiken of op te slaan, in plaats van die tegen een lagere vergoeding aan het net terug te leveren. Ook wordt verwacht dat de thuisbatterij op termijn onder de ISDE-subsidieregeling gaat vallen, zodra de salderingsregeling definitief is verdwenen.
Vereniging Eigen Huis dringt al langer aan op gelijke fiscale behandeling. Fiscaal jurist Bobby Raghoenath schreef daarover een opiniestuk in het Financieele Dagblad, waarin hij stelt dat zonnepanelen en thuisbatterijen “in feite twee kanten van dezelfde medaille” zijn: de panelen wekken stroom op, de batterij bewaart die voor later gebruik. Onderzoek van de vereniging wijst uit dat huishoudens hun stroom wel vaker zelf willen verbruiken, maar daarbij tegen praktische obstakels en twijfels over de betaalbaarheid van apparatuur aanlopen.
Tegelijk waarschuwen betrokkenen dat een generieke btw-verlaging ook risico’s met zich meebrengt. Een golf aan nieuwe batterijen kan, zonder duidelijke spelregels, juist extra druk op het toch al kwetsbare stroomnet leggen. Daarom pleiten voorstanders ervoor het nultarief te koppelen aan voorwaarden, zoals de aanwezigheid van een zonnepaneleninstallatie, zodat batterijen vooral pieken afvlakken in plaats van nieuwe drukmomenten te veroorzaken.
Duits voorbeeld
Duitsland ging Nederland al voor. Daar geldt sinds 2023 een btw-nultarief voor zowel zonnepanelen als de bijbehorende batterij-opslag, tot installaties van dertig kilowattpiek. De verkoop van thuisbatterijen groeide daar in de jaren erna fors, mede doordat de aanschafprijs voor consumenten aanzienlijk lager uitvalt. Netbeheerder Tennet erkent al langer dat opslag onmisbaar is voor een flexibel en betrouwbaar net.
Wat gebeurt er nu?
Of het Nederlandse kabinet de motie daadwerkelijk omzet in beleid, moet nog blijken. Voorstanders hopen dat een lager tarief de terugverdientijd van batterijen verkort en zo de energietransitie versnelt, zonder dat er een aparte subsidieregeling nodig is. Critici wijzen erop dat de maatregel op zichzelf geen garantie biedt dat elke investering rendabel wordt, omdat dat ook afhangt van verbruikspatroon, batterijgrootte en energiecontract. Het kabinet moet nu formeel reageren op de aangenomen motie.















